Kamphonden

Het woonwagenkamp is een wereld op zichzelf. Een exotisch vakantieland waar veel honden wonen.
Direct voorbij de stapel oude troep met het bordje verboden vuilnis te storten laat een struise blonde een hondje uit ter grootte van een onvolgroeide rat. Het beestje heeft buitenmodel oren. Het is een merkhond, Zuid-Amerikaans en zenuwachtig. Hoe minder verklaarbaarder de liefde, hoe eerder het gesprek uitkomt op de prijs. De vrouw heeft relaties, vertelt ze, anders had ze negen- tot twaalfhonderd euro voor het diertje moeten neertellen. Nu was ze driehonderdzestig kwijt. Haar chiwawaatje zal nog een paar centimeter groeien.
Even verderop een ongedurig beest van vuilnisbakkenafkomst. Het nadert kwispelstaartend en nieuwsgierig, maar wordt bruut weerhouden van snuffelen door de beperkte lengte van zijn touw. Aan de andere kant van het hobbelige wegdek bast vanachter een sierhekje een bouvier. In verschillende wagens beginnen kezen en witte poedels te keffen.
Waar het pad tussen de woonwagens ophoudt en overgaat in een loopplank over een sloot en een modderig stukje gras, komen van opzij twee kampers om hun huisdieren uit te laten. Met hen oplopend voert de oudste, de trotse bezitter van de telkens vooruitschietende hazewindachtige, het woord. ‘Een jachthond. Kan makkelijk een haas hebben. Laat-ie ook niet los.’
De man heeft een breed en gedrongen postuur en loopt enigszins wijdbeens. Met plezier beziet hij de rond elkaar dollende en dan weer vooruit rennende honden.
Op het brede, winderige pad langs het water oefent een jonge Marokkaanse het fietsen. Als de honden haar voorwiel naderen weet ze nog net af te stappen voor ze valt. ‘Een kameel besturen is makkelijker’, luidt het commentaar van de man.
Verder sprekend verklaart hij: ‘Het mag niet, maar er mag zoveel niet. Toch liggen er met kerst een paar smakelijke hazen in mijn vriezer. Stropen is eerlijker dan jagen. Een gezonde haas maakt zeker kans tegen hem.’ Hij knikt naar zijn viervoeter.
’Die zijn ook alleen maar geiten gewend.’ Zijn hazewind rent heen en weer rond de steiger waarop een groepje vrouwen en kinderen van buitenlandse komaf samenschoolt. Van tussen de wapperende hoofddoekjes stijgen schelle, lacherige en angstige kreetjes op.

september 2004
<< Home