Gekraakte keuken

Het jongetje begint direct na binnenkomst het felgekleurde plastic pakje open te scheuren. Daarna is zijn volledige aandacht gericht op het plaatsen van een batterijtje. Nu drukt hij, staande, met een gelukkigzalige glimlach bij toerbeurt de vier kleuren in waarmee zijn nieuwe pen kan schrijven. Het schijnsel wisselt even vaak van tint. Het licht van het wonderbaarlijke schrijfgerei valt goed op, want een groot deel van de zaal is gehuld in schemerduister. Alleen boven de geïmproviseerde keuken brandt een elektrische peer, op de tafels staan kaarsen.
Terwijl de jongen vol is van zijn pen, zijn de twee meisjes naast hem vol van hem en zijn speeltje. Ze bestoken hem met vragen, ze richten hun melkwitte, speekselrijke fietsenrekjes gretig naar hem op en testen nu en dan of hij al bereid is zijn pen uit handen te geven. Ze doen dat door aan zijn mouw te trekken. Voorlopig is hij niet zover.
De kinderen hebben weinig belangstelling voor hun eten. Anderen aan tafel nuttigen hun voedsel wel. Sommigen gebruiken een lepel, anderen een vork. Naast schaarste aan bestek is er tekort aan borden. Daarom eten sommigen uit een soepkom. Erin of erop ligt bij iedereen hetzelfde. Spaghetti met bruine bonen en tomatensaus. Uit veel meer bestaat het diner deze keer niet en deze beperkte samenstelling proef je. De kinderen nemen alleen een hap als een ouder van een andere tafel opstaat en naar ons toekomt om ze aan te sporen.
Vorige keer was de maaltijd lekkerder. De erwtensoep van toen bevatte ook geen vlees, maar met tofu erin deed hij niet onder voor snert van oudhollands recept.
Er is nog een derde tafel, dat is de tafel van de hanekammen. Eén hanekam woont waarschijnlijk boven de eetzaal. Zij verdwijnt af en toe om iets te halen. Wie van de vijf hanekammen een jongen is en wie een meisje is pas na een poosje duidelijk. De hanekammen gebruiken allemaal dezelfde rode en groene haarverf en ze dragen allemaal ongeveer gelijke kleding. Een zwart jack met letters in semi-gothische stijl, een Palestijnse sjaal rond hun hals en zware kistjes aan hun voeten. Alleen één blijkt bij nader inzien wat af te wijken van de anderen. Op zijn jack ontbreken spijkers en zijn halsdoek heeft niet het gebruikelijke motief. Is hij een nieuweling? Doet hij pas sinds kort mee en heeft hij zijn vermomming nog niet helemaal op orde. Of mag hij niet van thuis en improviseert hij daarom buitenshuis maar iets? Zonder twijfel proberen de hanekammen af te wijken van het gemiddelde. Mogelijk vinden zij zichzelf wel de ultieme vertegenwoordigers van de vrijheid. Maar hoe sterk is hun groepsdwang? Een mooi zwoerdje om op te kauwen, zo zwaar is het voedsel niet.
Intussen bevalt de sfeer mij prima. Geen flauwe muziek, alleen gesprekken, kindergelach en getik van bestek tegen vaatwerk. Ach, kon Henriëtte Hoffman haar creatie uit 1889 nog eens bekijken in het schaarse licht van nu.

januari 2005
<< Home