Dynamiek

Aan de Kleiweg, in het pand waar nu V&D huist, was vroeger warenhuis Raming gevestigd. Nog eerder heette de zaak Bruns. Die laatste naam was afkomstig van de oprichter en eigenaar van de winkel voordat de Bredase familie Raming hem overnam. Voordat meneer Bruns naar de Kleiweg verhuisde, oefende hij zijn bedrijf uit op de hoek van de Gouwe en de Turfmarkt. In het latere arbeidsbureau, tegenwoordig een woonblok. Toen ik bij Bruns aan de Kleiweg mijn eerste baan kreeg als leerling-etaleur, bezat de voorkant van het gebouw een diepe portiek met grote etalages.
Etaleurs kunnen van alles gebruiken. Van fietswielen en rijwielonderdelen maakten wij ruimtelijke plastieken die wij aan de overkant, achterin het steegje dat nu overkapt is en een modewinkel herbergt, aan elkaar lasten. Tien ruimtelijke plastieken, want evenzoveel kasten (vaktaal voor etalages) hadden wij onder onze hoede. Andere decorstukken die wij gebruikten, waren gigantische herfstbladeren van latjes en gaas, die wij aan elkaar nietten. En stapels pakken en zakken waarop wij ‘Spanje’ tamponneerden.
Niet altijd hoefden alle etalages eenzelfde thema te dragen. Toen de Kleiwegkerk werd gesloopt wisten wij het ledikant van de roomskatholieke deken te bemachtigen, met zijn sierlijke knoppen en zijn rijke, in reliëf opgebouwde hoofd- en voeteneinde. Dat verfden we goudkleurig voor een uitstalling van dekens, anderssoortige dekens dan de roomskatholieke, matrassen en pyjama’s.
Bij de sloop van garage Hulleman, aan de andere kant van Bruns, waar nu de Hema staat, viel minder te halen. Wel herinner ik mij dat er in een weekeinde een keer was ingebroken vanuit dat jarenlang leegstaande gebouw. De gemeentelijke smid Den Hollander kwam ’s maandagsochtends de recherche assisteren bij het sporenonderzoek. Hij had het als getuige-deskundige niet moeilijk. Het feit dat er zoveel verschillende maten gaatjes in de kluis waren geboord, kon hij eenvoudig verklaren uit de drie borensetjes die de onfortuinlijke kraker ter beschikking hadden gestaan en die niet toereikend waren gebleken om de kluis te openen.
Als ik, zoals nu, terugkijk op mijn twaalf ambachten, valt mij op hoeveel veranderingen zich in de binnenstad van Gouda hebben voltrokken. Om het niet te ingewikkeld te maken, heb ik maar niet beschreven bij welke vroegere fietsenmaker we de onderdelen voor onze decorstukken haalden, wie nu in de panden aan de overkant van de Kleiweg zitten die vroeger bij het warenhuis behoorden, bij wie we ons lasapparaat huurden enzovoort. Ik tel minder jaren dan het aantal stukjes Kleine Stad dat ik heb geschreven, maar toch is bijna alles in de Goudse winkelstraten anders dan toen ik mijn werkzame leven begon.
Is dat wat mijn jonge collega’s bedoelen met hun waarderende woordje ‘dynamiek’?

april 2004
<< Home