Zondagsrust

In de achtertuin is het heerlijk stil. Tot een uur of elf, dan is het afgelopen. Dan eindigt de ochtenddienst van de naamloze, blije evangeliegemeente. De gemeente houdt wekelijks een 'avondmaal' en wanneer dat afloopt kondigt zich het uitgaan van de kerk aan met stemmig gezang van zuivere alten, gedragen baritonnen en sobere tenoren. Daarna klinkt op straat het plezier van kinderen en het drukke gonzen van uitgelaten volwassenen. Opluchting na een uur van stilzitten, fijne geluiden.
Iedere week vormen de stemmen van de kerkgangers het sein voor iemand hoog op de hoek van de Komijnsteeg om zijn house-installatie aan te zetten. Heeft de houseman gewacht op het te voorschijn komen van de kerkgangers? Wil hij bruskeren? Zoekt hij publiek? Pas een uur later, als de blijde bezoekers van het 'vergaderlokaal' al lang thuis aan de koffie zitten, tempert hij zijn herrie. Soms valt de buurt daarna nog even stil, maar meestal zijn er nu voldoende kamerbewoners ontwaakt op de hoek van de Komijnsteeg en in het voormalige Callicarpa om het geluid op peil te houden. Gedreven door een vaag oerinstinct laat ieder van deze eenzame zangvogels zich langdurig horen met ver dragende radio- en cd-rollers.
Verderop in de Peperstraat begint iemand een deur, buiten gelegd op schragen, te schuren. Een van toonhoogte wisselend brommen vult tot halverwege de middag de lucht.
Het is zondag. De muziekschool met zijn honderd tegen elkaar in spelende wijsjes zwijgt. Het brommerwinkeltje met zijn proefdraaiende motoren, zijn te lang doorronkende bezoekers en zijn gillende alarmpjes is onlangs verhuisd. In de achtertuin is het goed toeven.

maart 1998
<< Home