Stegen

Nu dit weer. Drie meter hoog. Gecreosoteerd of hoe de vuilgroene behandeling heet die alle soorten worm en weersinvloeden doodt. Compleet met bel en brievenbus en zonder een kier om door te loeren. Alsof de Goudse stegen iemands particuliere bezit zijn! Schuttingtaal, dat is wat hier past. Ongenuanceerd tieren.
Wéér is een stukje openbaar terrein weg. Wéér een pad afgesloten. De ene keer is het een doorgang in een flatportiek (het blok naast het politiebureau), de andere keer een achterom van huizen (laatstelijk nog dat siersmeedhek in de Vrouwensteeg), vervolgens een deur die op slot gaat (probeer nog maar eens vanuit de Korte Tiendeweg bij het water van de Zeugstraat te komen). Alle kruip-door-sluip-doorroutes, alle wandelingen voor de gevorderde Gouwenaar verdwijnen. Voor zover er al iets van het verborgen padenpatroon blijft, bestaat het uit onherbergzame tunnels, uit metershoge schuttingen en schuurachterkanten. De hele Korte Akkeren, gans Kort Haarlem zijn ermee vergeven. Prikkeldraad, dof-glimmend hang- en sluitwerk, vanzelf aanfloepende lampen. Strafkampen zijn het geworden. Ik weet het: particulieren die zichzelf hoge hekken aanschaffen, schuurraampjes dichtspijkeren en angstig achter hun fortificaties bibberen bij geluid in de poort kun je dat gedrag niet kwalijk nemen. Maar zomaar honderd meter steeg inpikken! Weg is het plezier van de avondwandeling. Weg de verrassing van mijn bezoekers voor wie ik ergens op de Turfmarkt een deur opendeed om ze via vervallen, mysterieuze huizenachterkanten naar de stroopwafelwalm van de Groenendaal te voeren. Weg. Weg. Weg.

mei 1996
<< Home