Misdaad

De politie is drie keer aan de deur geweest. Eerst vanwege een overval op de ING-Bank. Toen na de beroving van het postkantoor. De laatste keer ging het over mijn buurman.
Mijn buurman wilde op een vroege avond zijn huis binnengaan toen hij een hard voorwerp in zijn rug voelde en een stem in zijn nek hoorde snauwen: 'Kop dicht, anders ben je dood'. Ze waren met zijn tweeën. Een ruitje van buurmans glanzende zakenauto ging aan diggelen, jasje en laptop verdwenen van de achterbank. Ik hoorde het autoalarm gillen, maar ik reageerde niet, want iedere dag slaat er wel een wagen aan op de gracht.
Inmiddels hebben wij zelf twee insluipingen gehad. Eén pal onder mijn ogen.
De deur van de voorkamer kierde aarzelend open, een Marokkaanse jongen stak zijn hoofd om de hoek. 'Goedenmiddag meneer.' Een vriendelijk knikje en dan verbazing: 'Is dit geen winkel?' De buitendeur was open omdat werklui spullen moesten in- en uitladen. Na bedeesd te hebben rondgekeken, en na nog iets gezegd te hebben over de indruk die mijn woning maakt van buitenaf, verontschuldigde hij zich en verdween. Ik twijfelde. Was het niet een beetje verdacht, een Marokkaanse jongen die belangstelling toonde voor een etalage van eigentijdse kunst, precies nu de buitendeur openstond. Er kijken nooit Marokkaanse jongens naar mijn uitstallingen. Voor de zekerheid sloot ik de huisdeur; de werklui zouden straks wel aanbellen. Even later een bons, alsof iemand met een sprong de laatste treden van de trap nam. De jongen die mij had aangesproken stond buiten toen ik de deur sloot. Was dit een handlanger die naar boven sloop terwijl nummer één mij bezighield? Een klik van de buitendeur en 's avonds blijken een fototoestel en een portemonnee verdwenen.
De misdaad komt dichterbij. Zeker. Maar niet zonder elegantie. Hij had mij mooi te pakken, die beleefde, onschuldig ogende tiener! Sportschooltypes met oorringetjes en tatoeages, de radio hard aan, je koud aanstarend vanuit hun open nepjeep – eerlijk gezegd ervaar ik die als dreigender.

september 1999
<< Home