De pijp uit

De leden van de welstandscommissie had er geen goed woord voor over. Een allegaartje van frivoliteiten vonden ze het. De hoofdvorm van de aula, de lage hal, dat ging. Maar al die overbodigheden! Eén steensoort, oordeelden zij streng, en geen partycenter-achtige versieringen. Over het hogere deel van het gebouw met zijn modieuze holle dak, daarover hoefden zij al helemaal niet te discussiëren. Dat moest er af. Even later, bij het verbrandingsgebouw, kwam de commissie helemaal op stoom. Een buurthuis, een gymzaal... de dames en heren staarden verbijsterd naar de lijntjes. Dit kon werkelijk alles zijn, gruwden zij. Alles zonder karakter. Een paar blokken zonder stijl, noodzaak of verband. Was de welstandscommissie in staat over zoiets advies geven? Nee, hier moest een volstrekt nieuw ontwerp komen. Tjongejonge, dacht ik, bouwkundigen springen niet zachtzinnig met elkaar om. Maar ze hadden gelijk, het was niks.
De rest van de dag bleef het crematorium door mijn hoofd spelen. Hoe gaf je zo'n gebouw een vorm die bij zijn functie paste? Natuurlijk, met een pijp. Dat was de hoofdmakke van het ontwerp geweest. Er zat geen noemenswaardige schoorsteen op. Precies wat ik bij andere crematoria ook altijd miste. Nooit was gedacht aan de mogelijkheid om buiten op een bankje weg van het geroezemoes en gerinkel van kopjes tot jezelf te komen en te wachten tot je dierbare via de schoorsteen naar buiten trad, opsteeg en verwaaide. Begrafenisplechtigheden liepen door tot de kist in de grond rustte, ging het om een crematorium dan stak ineens misplaatste preutsheid de kop op. Daarom lieten verbrandingen je altijd zo onvoldaan achter. De pijp uit! In een flits zag ik voor mij hoe het aan de IJsseldijk moest worden. Een stoomgemaal. Of nee, nog beter: een steenfabriek. Een laag, ietwat verdiept gelegen gebouw, gedekt met meerdere rijen smalle daken en daarnaast een torenhoge bakstenen schoorsteen. Precies: de pijp die Unichema wilde afbreken.

november 1996
<< Home