Asfaltfabriek

Ik was laatst op een inspraakavond. Een mevrouw beweerde nog niet zo lang in Gouda te wonen, maar zich vanaf de eerste dag te hebben geërgerd aan twee dingen. Aan het gore, stinkende grachtwater en aan die vieze, rommelige fabriek aan de overkant van de IJssel. Wat was dat nu voor een welkom, een entree en een uitzicht. Wat een ongeordende boel.
Wie in Gouda opgegroeid is, kent de verhalen over cholera en het oude systeem van het schuren van de grachten. Die zal niet gauw klagen over de kwaliteit van het water. Maar het is waar, het Goudse grachtwater oogt niet fris.
Maar die tweede ergernis. Had die mevrouw werkelijk de asfaltcentrale aan de Gouderaksedijk op het oog? Wist zij niet dat in Gouda geen mooier industrieel monument, geen sfeervoller rivieroever-bezigheid, geen bedrijf met duidelijker karakter bestond? Zag zij niet wat ik zag?
Ach, de asfaltcentrale. Prachtig zichtbaar vanaf de Goudse oever. Altijd doende met grote gekleurde bulten zand. Vooral 's ochtends en 's avonds als het licht erover speelde: schitterend. De Goudse Duinen. Het bedrijf waar tot laat in de avond roestige geluiden gehoord worden van een nietige rode kraan die hapjes neemt uit een immense rijnaak om die hapjes te laten vallen in een trechter waaronder een ouderwetse jacobsladder voor knarsend vervoer naar verder zorgt, naar een hoop die niet groeit. Het enige bedrijf dat nog duidelijk maakt wat vroeger een rivier voor een stad betekende.
Wilde die mevrouw dat weg hebben?
Ik keek naar het mens, naar haar ontevreden, verzorgde gezicht - en in een flits zag ik hoe het bij haar thuis was. Bloedeloos. De tuin verdeeld in strakke perken. Een solide hek erom. Kortblijvende donkere en scherp gedoornde struiken waar geen kat of kind van de buren zich doorheen worstelde. Heel veel gewassen grinttegels. En als bloemenzee één pot met een geranium, kort gesnoeid. Zo ongeveer als de tuin bij het woonhuis een eind verderop langs de Gouderaksedijk, voorbij de met gif verduurzaamde tuinhuisjes, een dure woning in crematoriumstijl met er omheen die algemene begraafplaats, die lusthof van parkeervakken en coniferen.
Wilde zij dat ruilen voor onze asfaltfabriek?

oktober 1996
<< Home